PREEK

 

Vergeving, Vernieuwing

&

Verbondenheid

 

Gebed

God, door de gave van Uw Heilige Geest

brengt Gij mensen uit alle volken en talen bijeen,

om Uw Kerk te zijn, Lichaam van Christus,

geheiligd door Uw Woord en Levend in Uw Geest.

Laat Uw Geest overal op aarde komen,

in de harten van alle gelovigen,

en maak ons open voor Uw Woord dat leven geeft.

Amen

 

Lezing: Handelingen 7

 

55 Maar hij (Stefanus) stond daar, vol van de heilige Geest, hij richtte zijn blik op de hemel, zag de heerlijkheid van God, en daar stond Jezus aan Gods rechterhand. 56 Hij zei: ‘Ik zie de hemelen open en ik zie de Mensenzoon staan aan de rechterhand van God.’ 57 Maar ze hielden hun oren dicht, begonnen luid te schreeuwen, stormden als één man op hem af, 58 sleurden hem de stad uit en stenigden hem. De getuigen legden hun kleren neer bij een jongeman, die Saulus heette. 59 Ze stenigden Stefanus, terwijl hij bad: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ 60 Hij viel op zijn knieën en riep met luide stem: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan.’ Na deze woorden stierf hij.

 

 

Evangelie: Johannes 17

 

20 (En Jezus sprak:) niet alleen voor hen bid Ik, maar ook voor degenen die door hun woord in Mij geloven: 21 dat ze allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden. 22 Ik heb hen laten delen in de heerlijkheid waarin U Mij hebt laten delen, opdat ze één mogen zijn zoals Wij één zijn: 23 Ik in hen zoals U in Mij; dat hun eenheid volkomen mag zijn, zodat de wereld kan erkennen dat U Mij hebt gezonden en dat U hen hebt liefgehad met de liefde die U Mij hebt toegedragen.

24 Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou Ik graag bij Mij hebben waar Ik ben, zodat ze de heerlijkheid zien waarin U Mij hebt laten delen, want vóór de grondvesting van de wereld had U Mij al lief.

25 Rechtvaardige Vader, hoewel de wereld U niet heeft gekend – Ik heb U gekend – zijn zij het die hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. 26 Uw naam heb Ik hun bekend gemaakt en dat zal Ik blijven doen, opdat de liefde die U Mij hebt toegedragen, in hen mag zijn – opdat Ik in hen mag zijn.’

 

 

 

Overweging

De tijd tussen Hemelvaart en Pinksteren is een tijd van loslaten en gevonden worden. Zo hebben de leerlingen van Jezus het ervaren: met Hemelvaart ging de Heer van hen heen, maar met Pinksteren keerde Zijn Geest tot hen terug. En in de tussentijd waren zij vergaderd in dat opperzaaltje in Jerusalem waar Jezus met hen het Pesachmaal gevierd had. Ze bevonden zich als het ware tussen Pasen en Pinksteren, tussen het joodse Pesach en het joodse Wekenfeest, tussen de bevrijding bij de Rode Zee en de gave van de Thora op de berg Sinaï, tussen ‘bevrijding van de slavernij’ en ‘hoe moet het nu verder?’ Want zoals de Joden met Shavu’ot de gave van de Thora vieren, vieren Christenen met Pinksteren de komst van de heilige Geest. En beiden zijn richtingwijzend.

 

 

 

Shavu’ot

 

De heilige Geest waar we het over hebben, is niets minder dan Gods Geest, ja, dan God zelf, want God is Geest. En de Geest van God is de geest die Jezus bezielde. Het is een geest van verbondenheid, van vergeving en vernieuwing (VVV). Een Geest die ons tot God doet roepen ‘Abba’: Vader, pappa! Een Geest van intimiteit met God en met elkaar. Een intimiteit die geen zonde en schuld verdraagt en die vraagt om vergeving en verzoening. Het is de Geest van ‘in den beginne’, die over de wateren zweefde aan het begin van de schepping. Het is de adem die God in de neus blies van Adam die daardoor tot een levend mens werd. Het is ook de Geest van de profeten, de Geest van verzet tegen onmenselijkheid, tegen onrecht en afgoderij, tegen moord en slavernij. De Geest is geen persoonlijk eigendom, maar altijd tussen mensen. Zij is als de adem die de woorden draagt. Ook de woorden waarmee wij vaak oordelen, terwijl we zouden moeten vrijspreken. Zoals God, aan wie het oordeel is, mensen vrijspreekt.

 

 

Geest van Vergeving

 

 

 

 

We leven in een ‘sorry’-cultuur. Hoe vaak hoor je dat niet: ‘Sorry voor dit, sorry voor dat’! We gaan soms te makkelijk om met vergeven en dan wordt er helemaal niets vergeven. Mensen vermoorden elkaar, soms physiek, maar veel vaker communicatief, met en vooral zonder woorden. Het contact definitief verbreken, iemand doodzwijgen. Maar de Geest is tussen mensen! Waar mensen niet meer communiceren, dooft de Geest uit. Daar lijkt geen plaats meer voor God.

 

Waar de Geest wordt doodgezwegen,

daar hult God zich in de stilte

van een heilig zwijgen.

 

Filosofie voor in de keuken

De ervaringen van het ‘zwijgen van God’ (Ben-Chorin) en van ‘godsverduistering’ (Martin Buber) in onze huidige westerse cultuur lijken uitdrukking van een gebrek in onze menselijke communicatie die zich laat kenschetsen door het tweeluik: ‘wat er moet zijn, is er niet en/of wat er is, mag er niet zijn.’ In de jaren zestig werd grotendeels afgerekend met de normatieve repressie (wat er is, mag er niet zijn)  van de decennia daarvoor in een alles moet kunnen. Dit werkte bevrijdend, maar heeft ook geleid tot een grote oppervlakkigheid en nietszeggendheid. De ervaring van de leegte in communicatie verwijst echter naar het eerste gebrek. Als transcendentie (God) geen rol meer speelt in menselijke communicatie, dan blijft die communicatie eigenlijk beperkt tot de praktische redelijkheid van het tellen van appels en peren. Het huwelijk verschraalt dan tot het aangaan van een samenlevingscontract, kinderen worden genomen en niet meer ontvangen en liefde is een kwestie van hormoonhuishouding. De menselijke communicatie ontsluit dan niet meer wat ‘groter is dan ons hart’. De ervaring is dan dat wat er moet zijn, er niet is. Maar die ervaring van gebrek lijkt maar tijdelijk. De volgende stap is namelijk dat de ervaring dat er überhaupt iets moet zijn verdampt. ‘Warum ist überhaupt etwas und nicht vielmehr Nichts’ vroeg Heidegger zich nog af. Zijn we eenmaal aan deze vraag voorbij, dan is er ook geen sprake meer van de ervaring van een zwijgen en een verduistering, want er is dan geen transcendentie (God) waaraan beiden kunnen worden ervaren. Dat maakt het onzinnig om er überhaupt nog over te spreken en beter is het dan ook maar te zwijgen waarover men niet spreken kan (Wittgenstein). Zo bleek de ‘God is dood’- theologie (P. Althaus), die tijdelijk nogal wat stof deed opwaaien, een voortijdig doodgeboren kindje in een nihilistisch tijdperk (Nietzsche).  Bernard Welte deed overigens een poging om de vraag naar God en geloof in een nihilistisch tijdperk opnieuw te stellen.

 

 

 

Mensen léven van vergeving. Wij maken fouten, wij doen elkaar onrecht aan: ongewild, maar soms ook gewild. Als er geen vergeving zou zijn, dan was het leven al lang onleefbaar geworden. De Kerk is reeds lang de plaats waar mensen hun zonden en schuld belijden, om vergeving bidden en het ontvangen. De Kerk is een plaats van vergeving en verzoening. Maar vergeving werd ook gebruikt als machtsmiddel. De Kerk vergat dat zij zelf verantwoordelijk is tegenover Jezus en God. Er is mensen ook veel onrecht gedaan en de Kerk zou ook zelf om vergeving moeten vragen voor dat onrecht. Want zo onfeilbaar is de Kerk ook weer niet. Waar liefde is, daar is ook vergeving. En voor vergeving hoef je niet op je knieën. Jezus richtte mensen op en zetten hen weer op beide benen, vol in het leven. Geen mens is groter dan wanner hij of zij vergeeft. Probleem is vaak de communicatie: we praten niet, we sluiten ons op en sluiten ons af voor elkaar. Alléén het slachtoffer kan vergeven, maar vaak zijn we ook zelf dader en moeten we ons eigen aandeel onder ogen durven zien. Onze trots en hoogmoed moet worden besneden: het is een oefening in bescheidenheid. Elkaar vergeven, is elkaar vrijspreken, elkaar nieuwe kansen geven. Maar soms kan vergeving enkel eenzijdig zijn en soms kunnen we niet vergeven, omdat het kwaad groter was dan onze menselijke maat. We kunnen God bidden om dat voor ons te doen. Maar God zal niet vergeven als wij dat niet willen.

 

 

Waar liefde is, daar is ook vergeving…

 

 

Geest van Vernieuwing

 

Met Pinksteren komt de Geest van vernieuwing, van de Schepping en van de Thora. De Geest die mensen heel maakt en tot voltooiing brengt. Wij moeten niet eens proberen om heel te maken wat definitief gebroken is. Dat leidt enkel tot gelijmde gebroken vazen en die houden doorgaans geen water meer vast. Dat pint ons vaak te vast op het verleden. De Geest is ook de Geest van ommekeer (Teshuvah), van je keren tot God die onze toekomst is. God veroordeelt je niet tot het verleden. Als de Geest verschijnt dan duidt dat erop dat God iets nieuws gaat beginnen: “Het is al begonnen, zie je het nog niet?” God richt het nieuwe ongebroken leven op, soms midden in de rokende puinhopen van het verleden. De Geest bidt in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen, zegt Paulus. Het is een gebed om los te laten van wat was en om te geloven in toekomst. Vergeven is de kracht om het verleden het verleden te laten en daardoor open te staan voor de toekomst. Vaak zijn we bang voor de toekomst en houden liever vast aan zekerheden die al lang geen zekerheden meer zijn. De Geest is de heilige ‘verontzekeraar’, de motor van verandering, van beweging en ontwikkeling. Een kerk die zich terugtrekt op ‘leer en regels’ dooft de Geest makkelijk uit. Want ‘leer en regels’ zijn er niet omwille van zichzelf, maar omwille van onze relatie tot God en tot elkaar. De Thora kan niet zonder de Geest, zoals het recht niet zonder de liefde kan. Recht zonder liefde wordt hard en onmenselijk en maakt slachtoffers. Zelfs de Nazi’s hielden van recht, hún recht, van ‘regels zijn regels’.

 

 

Het hele christendom is een kritiek op dat liefdeloze wetticisme dat de menselijkheid geweld aandoet. Je moet helemaal niets, de Boodschap van het Evangelie is dat je vrij bent, omdat God je in liefde vrijmaakt. God heeft ons heel wat meer en heel wat anders te bieden dan geboden en verboden, dan morele leefregels. De liefde relativeert de Thora, brengt de Wet terug tot menselijke verhoudingen. Een joods verhaal vertelt dat God de Wet stuurt naar de mensen, opdat de mensen in vrede en voorspoed zouden leven. Na een poosje vraagt God aan de engelen of de Wet wel goed werkt. “Nee”, zeggen de engelen, “de mensen zijn allemal dood!” Wat is dat nu? De Wet die leven zou moeten geven, brengt de dood voort? God neemt de Wet terug en Hij verzacht de Wet met de genade van Zijn liefde. Toen pas werd de Wet een Wet ten leven! Die Wet is de Wet van Christus: gestolde barmhartigheid.

Jezus stierf aan de Wet, zegt Paulus, maar God wekte Jezus in genade op! Zo sterven ook wij met Christus en worden we in genade opgewekt, herschapen tot nieuw leven uit de Geest.

 

 

 

 

Misschien draagt U de last van het verleden met U mee: de gebroken dromen, de idealen die illusies bleken, alles wat anders ging dan het had moeten gaan. Het noodzakelijke verlies. Mogen God ons de Geest geven! De kracht en de moed om heel dat verleden van vallen en opstaan bij het kruis te brengen. Hij wil het van onze schouders nemen en Hij neemt het van onze schouders. Want Zijn juk is zacht en Zijn last is licht! De Geest kreunt en zucht onder het gewicht van al die ballast en we kunnen zelf amper meer ademen. Vergeef het en laat het los! Vertrouw het toe aan God en aan het verleden.

 

 

 

Hoe kan ik vergeven als het zoveel pijn doet?

 

Achter de problematiek van ‘vergeving’ zitten vaak verwijten. Zolang wij in die verwijten blijven hangen, komen we niet of onvoldoende toe aan wat we zelf werkelijk nodig hebben. Ze leggen ons lam. Vergeven is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Soms willen we wel, maar lukt het niet om te vergeven. Dan is het goed om te bedenken dat in menig verwijt een (terecht of onterecht) zelfverwijt zit, een had ik maar of was ik maar, kortom een zelfbeschuldiging en een schuldgevoel. Vergeving begint vaak bij het besef en de erkenning en aanvaarding van het eigen aandeel. Bij het onder ogen zien van het eigen onvermogen en de eigen onmacht. Ik moet a.h.w. zelf met de billen bloot, wil ik kunnen komen tot de gelovige erkenning en aanvaarding dat God mij onvoorwaardelijk liefheeft. En dan volgen er confronterende vragen:

 

Als Hij zich over mij ontfermt, wie ben ik dan om dat niet te doen?

Als Hij mij niet beschuldigd, wie ben ik dan om dat wel te doen?

Als Hij mijn naaste liefheeft, wie ben ik dan om dat niet te doen?

Als Hij mijn vijanden liefheeft, wie ben ik dan om hen te haten?

Als Hij vergeeft, wie ben ik dan om te veroordelen?

 

 

 

 

Laat je verleiden en leiden door Gods liefde! Dan kan de Geest in jouw leven ruimte krijgen en dan krijg je ook weer lucht, weer adem. Zoals de wind de dorre bladeren van de weg blaast en je weer kan zien waar je loopt. Dan kan je nieuwe wegen gaan. Dan komt er weer perspectief in het leven en krijg je kracht om het leven aan te kunnen. Dan worden de lasten tot een uitdaging. Je kruis dragen, betekent je leven in Gods handen leggen, om het vernieuwd van Hem terug te ontvangen. We zijn dan geen nabestaanden meer, geen slaven van wat was, van het verleden, maar kinderen van de toekomst. God heeft ons lief en daagt ons uit om Hem lief te hebben. Om het met Hem te wagen in ons leven, ook bij nacht en ontij! Hij blijft trouw het werk van Zijn handen. Hij laat U niet los, zelfs als U Hem hebt losgelaten. Er is er Eén die op U wacht, een leven lang!

 

 

 

Banden van het verleden…

 

God, kom met Uw Geest die geloof en vertrouwen in ons wakker roept, die ons vrijmaakt uit de banden van het verleden, die ons liefde en kracht geeft. Open onze lippen om U te loven en te prijzen! Want U bent de bron van leven, begin en einde van alles en iedereen. U bent de God die mensen liefheeft, ten einde toe, hier en nu en tot in eeuwigheid. Halleluia!

 

 

 

 

 

Voorbeden

V.       Laten wij bidden tot God onze Vader, door onze Heer Jezus Christus, in de Heilige Geest…

 

 

L.       Levende, goede God,

         Wij bidden om geestkracht

         voor hen die een moeilijke periode doormaken:

         schenk de adem van Uw Geest aan hen die benauwd zijn,

         lichamelijk en geestelijk, mensen die snakken naar adem,

         mensen die verlangen naar nieuwe levensmogelijkheden, naar nieuwe wegen,

         mensen in ons midden, mensen die U lief zijn.

 

 

L.       Levende, goede God,

         wij bidden U om een Geest van moed

         voor hen die aan iets nieuws beginnen

         zonder te weten waarheen de weg zal leiden.

         Wees hen nabij, zodat zij zich kunnen toevertrouwen

         aan de taak die zij op zich hebben genomen.

 

        

L.       Levende, goede God,

         wij bidden om de verbondenheid van Uw Geest

         voor ieder in ons midden:

         dat niemand zich buitengesloten voelt,

         dat we niemand doodzwijgen.

         Geef dat we werkelijk ruimte maken voor elkaar,

         in de Geest van Uw Liefde.

 

 

V.       Al onze gebeden dragen wij aan U op, Heer. Wil ons verhoren! Hoor onze adem, het gebed van de Geest, die in ons bidt, alle dagen van ons leven. Maak ons open voor U en voor elkaar, opdat wij mogen leven uit Uw Geest. De Geest die ons echt maakt en waar, die ons eerlijk maakt en open, die ons maakt tot mensen van Uw welbehagen.

 

 

Slotgebed

Heer onze God,

wij hebben geen woorden voor wat er diep in ons leeft

en wij weten niet hoe wij tot U moeten bidden.

Laat Uw Geest in ons Uw onuitsprekelijke Naam aanroepen

in de hoop en de verwachting van een nieuwe schepping,

verlost en voleindigd, door en in Christus onze Heer,

die met U leeft en heerst

in de eenheid van de Heilige Geest,

God, door de eeuwen der eeuwen.

Amen

 

 

 

 

PREEK

 

Kom, Heilige Geest

 

 

 

 

Origineel

Nederlandse vertaling

Veni, Sancte Spiritus,

et emitte caelitus

lucis tuae radium.

Veni, pater pauperum,

veni, dator munerum

veni, lumen cordium.

Consolator optime,

dulcis hospes animae,

dulce refrigerium.

In labore requies,

in aestu temperies

in fletu solatium.

O lux beatissima,

reple cordis intima

tuorum fidelium.

Sine tuo numine,

nihil est in homine,

nihil est innoxium.

Lava quod est sordidum,

riga quod est aridum,

sana quod est saucium.

Flecte quod est rigidum,

fove quod est frigidum,

rege quod est devium.

Da tuis fidelibus,

in te confidentibus,

sacrum septenarium.

Da virtutis meritum,

da salutis exitum,

da perenne gaudium,

Amen, Alleluia.

Kom, Heilige Geest,

zend voort de hemelse

lichtstraal.

Kom, vader van de armen,

kom gever van geschenken,

kom, licht van het hart.

Allerbeste trooster,

zachte gastheer van de ziel,

zoete troost.

Rust bij het werk,

verfrissing bij hitte,

vertroosting bij verdriet.

O, allerzaligst licht,

vul het binnenste van het hart

van uw gelovigen.

Zonder uw godelijke macht,

is er niets in de mens,

is er niets onschuldigs.

Reinig wat vuil is,

maak nat wat droog is,

genees wat gewond is.

Maak soepel wat stroef is,

verwarm wat koud is,

leid wat afgeweken is.

Schenk uw gelovigen,

die vertrouwen op u,

de zevenvoudige heilige giften.

Schenk voldoening voor weldaden,

schenk het uiteindelijke heil,

schenk de eeuwige vreugde.

Amen. Halleluja.

    

 

 

Gebed

Eeuwige, altijd aanwezige God,

met Pinksteren voltooit Gij het verlossingswerk door Uw Zoon.

Gij zendt Uw Geest over de mensen

en leert hen de taal verstaan van Uw liefde.

Laat Uw Geest ons tot een verademing zijn,

een bron van levenslust en van vreugde,

van verlichting en vertroosting.

Amen

 

 

Lezing: Handelingen 2

1 Toen de dag van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. 2 Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis waar zij waren. 3 Er verschenen hun vurige tongen, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. 4 Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.

 

 

 

 

5 Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. 6 Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! 8 Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal van zijn geboortestreek hoort? 9 Parten en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, 11 Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’ 12 Ze stonden allen versteld, en in grote verlegenheid zei de één tegen de ander: ‘Wat heeft dit te betekenen?’ 13 Maar anderen zeiden spottend: ‘Ze zitten vol wijn.’

 

 

 

Als U hun de adem ontneemt, dan sterven zij

en keren tot stof terug.

Als U Uw Geest zendt, dan worden zij geschapen

en U maakt de aarde weer nieuw.

(Psalm 104, 29-30)

 

 

Lezing: I Korinthe 12

1 Ook omtrent de geestelijke gaven, broeders en zusters, mag ik u niet in onwetendheid laten.

2 Weet u nog hoe u, als heidenen, onweerstaanbaar tot de stomme afgoden aangetrokken werd?

3 Daarom zeg ik u nadrukkelijk: niemand die onder invloed van de Geest van God is kan zeggen: ‘Jezus is vervloekt’, en niemand kan zeggen: ‘Jezus is de Heer’, tenzij onder invloed van de heilige Geest.

 

 

12 Ons lichaam met zijn vele delen vormt één geheel, en alle lichaamsdelen, hoe vele ook, zijn samen één lichaam; zo is het ook met Christus. 13 Want wij allen, Joden en Grieken, slaven en vrijen, zijn in de kracht van een en dezelfde Geest tot één lichaam gedoopt, en allen zijn wij doordrenkt van één Geest.

 

 

 

 

Evangelie: Johannes 20

19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar. Hoewel de deur op slot was uit vrees voor de Joden, kwam Jezus. Ineens stond Hij in hun midden en zei: ‘Vrede!’ 20 Na deze groet toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. Vreugde vervulde de leerlingen toen ze de Heer zagen. 21 ‘Vrede’, zei Jezus nogmaals. ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik jullie.’ 22 Na deze woorden ademde Hij over hen. ‘Ontvang de heilige Geest’, zei Hij. 23 ‘Als jullie iemand zijn zonden vergeven, dan zijn ze ook vergeven; als jullie ze niet vergeven, dan blijven ze behouden.’

 

 

Overweging

 

‘Stromen van levend water’… wat is dat een prachtige uitdrukking voor de werking van de Geest. Als de Geest komt, gaat er iets gebeuren! Het stilstaande water dat dood is, komt tot leven. Toen ik in Amsterdam werkte, doopte ik kinderen. Ik liet dan broertjes en zusjes over het water in het doopvont blazen: dan kwamen er rimpels op het water, het water kwam in beweging, het werd levend water. Als de Geest komt, is het afgelopen met de ‘dooie boel’, dan komt er leven in de brouwerij. Levend water, stromen van zegen, dauwt hemelen!

 

 

 

Rorate caeli: alle zegen komt van boven…

 

Het is ook een tegenbeeld voor de woestijn die roept om water. Als er water komt, dan bloeit de woestijn als een roos! Ik heb thuis een ‘roos van Jericho’: dat is een plantje in de vorm van een bolletje. Het is een woestijnroos. Jaren lang blijft hij opgerold en kan hij het zonder water stellen. En als ik hem een beetje water geef, dan zie je hem opengaan en schijnt het zonlicht in zijn groene hart.

 

 

     

 

Roos van Jericho (gesloten)                                              Roos van Jericho (geopend)

 

 

Prachtig beeld: “Ik zal bloeien als een roos van Jericho” – jarenlang blijf ik gesloten en in mijzelf gekeerd, maar als er water komt, dan ga ik open! Als er water komt! Dat heb ik ’s morgens ook. Je komt uit bed en rommelt een beetje rond, nog half in slaap. Dat verandert als de kranen van de douche open gaan! Stromen van water maken mij wakker! Stromen van levend water brengen ons tot leven! Want daar gaat het om: dat wij leven hebben in Zijn Naam! God wil geen slaapkoppen en slaapdozen, maar wakkere, levende mensen. Mensen die leven uit de kracht van de Geest. Daarom: ‘Wordt wakker en sta op uit de doden!’

 

 

 

Ontwaakt!

 

Vaak is ons de Geest al gegeven, maar moeten de schalen nog breken. Ons ego moet eerst verbroken worden, opdat de Geest kan gaan stromen. Alleen een gebroken hart is een echt hart, luidt een gezegde. Daar zit een kern van waarheid in: ons ego moet worden gekruisigd, anders kan de Geest niet vrijkomen. Paulus zegt dat over de doop: in de doop sterven wij met Christus, om met Hem te verrijzen en de Geest te ontvangen. Ons zondige ego kan de geest niet ontvangen, zoals de wereld de Geest niet kan ontvangen. Wij moeten vernieuwd worden en geheiligd door de Geest. Onze weerstand is dat we het oude niet los willen laten, dat we gehecht zijn aan zekerheden die al lang geen zekerheden meer zijn. We zijn zo traditioneel als maar zijn kan. Blijven voor oude ‘oplossingen’ kiezen, zelfs als die al lang niet meer werken. Hoe gek het ook klinkt, we zijn soms gehecht aan onze problemen. Het oude los durven laten, daar gaat het om, ruimte maken voor het nieuwe dat komen gaat, onweerstaanbaar! Want wij moeten transparant worden voor de liefde van God: dat die liefde bij ons kan binnenkomen en dat wij die liefde ook kunnen uitstralen. Opdat anderen in ons iets van die liefde van God gaan herkennen. Dat is de ware missie: niet de verkondiging van de Boodschap met het zwaard, of met ferme woorden en vermaningen, maar wanneer mensen zelf aangeraakt worden door de liefde van God. U bent instrument van God!

 

 

 

 

Sommigen gaan daar prat op: voelen zich verheven boven anderen. IK - de pastor,  of IK - de priester, of IK – de bisschop, of IK – de dominee of predikant. Het gaat helemaal niet om de boodschapper, maar om de Boodschap. Het gaat niet om de postbode, maar om de brief. Het gaat niet om mij, maar om Hem die mij gezonden heeft. Dat is waar Paulus ook steeds op hamert. Wij zijn slechts instrumenten, dienaren van de liefde van God. Op zich ben ik helemaal niets, een Jan Tabak. Maar ‘ik ben’, omdat ‘Hij IS’ - Eer ik ben, IS Hij!

 

 

Er zit een kern van waarheid in de opvatting dat Hij groter moet worden en ik kleiner. Ik moet mijzelf leren te relativeren, dat is een oefening in bescheidenheid. Wie ben ik nu helemaal? Wat kunt U van mij verwachten? Wat stellen al die woorden voor die ik spreek? Ik heb 150 preken in mijn computer staan: wat stelt het allemaal voor? Helemaal niets. Het kan zo gedeleet worden, zo worden weggedaan – als Gods Geest er niet achter zit. Als Gods Geest niet in mijn woorden zit, dan brabbel ik maar wat. Dan komt het niet aan, niet over, dan kan ik beter mijn mond houden en zwijgen. Maar, en dit is de andere kant, nooit kom ik meer tot mijn recht, dan als Hij mij wil inspireren met Zijn Geest. Dan ben ik op mijn best! Nou ja, ik? ‘Niet ik leef, maar Christus leeft in mij’ zegt Paulus. Christus in mij: dat is de nieuwe mens die leeft door Zijn Geest, tegenover de oude mens die leefde op eigen kracht. Die nieuwe mens leeft uit de Geest en is als een bron die nooit opdroogt. ‘Christus leeft in mij’ wil zeggen: niet ik ben de bron, maar Hij die in mij leeft. Hij is geen vreemde: ik ben geschapen naar Zijn beeld. U draagt het beeld van God (Christus) in U mee. U bent al uitgerust met Zijn Geest. Uw geest is EEN met de Geest van God. Zijn liefde doet U al leven! Maar vaak leven wij afgekeerd van God en niet naar Hem toegekeerd. Wat jammer, wat zonde! Want zo komen wij niet tot ons recht en komt God ook niet tot Zijn recht! Als liefde en leven van elkaar gescheiden worden, dan zit de dood in de pot. Want liefde doet ons leven! Liefde maakt van U een bijzonder mens, want liefde zondert uit. U bent een geliefd mens, U bent uniek! Zoals U is er geen tweede! Hij heeft U lief! En U kunt die liefde beleven en leven: handen en voeten geven. U kunt die liefde uitstralen als een licht. U bent een licht en een licht zet men niet onder de korenmaat, een licht moet stralen en de wereld verlichten en verwarmen. U bent als een kostbare diamant die gaat stralen in het licht van God.

 

 

 

 

Bescheiden zijn is prima, ik zei het al, maar er is ook valse bescheidenheid. Als U denkt: ‘ik ben maar een Miep – meer een kiezeltje dan een diamant. Ik verberg me liever, ik blijf liever onzichtbaar. Ik waag me niet aan het leven, ik trek me liever terug in een donker hoekje.’ Misschien heeft het leven U pijn gedaan en bent U gekwetst. U bent niet de enige. Misschien zijn de zorgen van alledag U te zwaar geworden en komt U zelf niet meer uit de verf door alle verplichtingen. Misschien leeft U in permanente ademnood of bent U buiten adem. Bent U benauwd geworden, krijgt U geen lucht meer? Laten we dan hier samen op adem komen! Laten we hier de Geest alle ruimte geven als we samen stil worden en ons hart tot God richten. Laten we Hem vragen om in ons hart te komen en ons te vervullen van Zijn Geest. Vervul ons van Uw liefde, Heer, Uw mateloze liefde. Laat ons opbloeien in de kracht van Uw Geest. Kom in ons tot leven en blijf ons nabij. God, bron van leven, wij verlangen naar U – breng ons tot leven en houdt ons in leven. Geef stromen van levend water in onze woestenij en breng licht in ieder donker hoekje. Zet ons leven onder stroom en breng ons aan het licht. Laat ons steeds weer opnieuw geboren worden en vernieuw ons bestaan. Dat wij weer mogen worden wat wij zijn: Uw mensenkinderen! Laat al onze angst en vrees wegsmelten als sneeuw voor de zon! Ontdooi ons en geef ons een warm hart. Laat ons weer dansen op straat en zingen in bad!

 

 

 

 

Werp alle sores van ons af, al die lasten. Uw last is licht! Geef dat wij voor elkaar bronnen van leven zijn, omdat wij elkaar liefhebben met de liefde waarmee Gij ons liefhebt. Moge zó Uw Rijk onder ons oplichten. Wij, mensen, gedragen door Uw liefde, verenigd in Uw Naam, aangevuurd door Uw Geest. Allen in Christus – Christus in allen! Heer, hoor ons gebed, hoor het roepen van ons hart. Maak ons open voor U en laat ons Uw nabijheid ervaren in ons leven. U maakt ons rijk! U maakt ons leven rijk! U geeft kleur aan ons bestaan! Als wij gaan leven uit Uw Geest, dan gaan we elkaar met andere ogen zien, we gaan elkaar zien in een nieuw licht, in het licht van Uw liefde. Dan wordt het leven een feest, dan valt er in deze kerk ook echt iets te vieren! Dan wordt water wijn, zoals op de bruiloft in Kana. En dan wordt de eucharistie een bruiloftsmaal en de voorganger de ceremoniemeester! Dan wordt deze kerk een fontein in Dedemsvaart, een fontein van Uw liefde. Dan gaan de deuren open en breken de dijken en stromen we uit met een Boodschap die zijn weerga niet kent. Dedemsvaart, here we come! Hier brandt een licht, hier is het warm, hier kan je ontdooien en op adem komen. Hier is ruimte voor jou, hier is geen mens te veel!

 

 

 

Amen

 

Voorbeden

V.       In de kracht van de heilige Geest bidden wij tot U…

 

L.       voor allen die werkzaam zijn in onze kerken, dat zij ons mogen voorgaan in een vernieuwd en zuiver evangelisch leven en dat zij het vuur van Pinksteren niet zullen doven, maar doorgeven.

 

L.       voor regeringsleiders en politici, dat zij hun talent en macht aanwenden voor het welzijn van mensen en niet tot verdrukking en vernietiging.

 

L.       voor ons allen hier bijeengekomen, dat de Geest van Pinksteren ons zal inspireren tot de taal van de liefde die ieder mens verstaat.

 

V.       Goede Vader, Gij die ons bij name kent, Gij die weet wie wij zijn; Gij, groter dan ons hart, ons meer nabij dan wij onszelf zijn, wees ons genadig! Dat vragen wij U, door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer.

 

 

Slotgebed

Heer, Uw Geest heeft de apostelen bevestigd en gevormd.

U heeft hen gezonden om het Evangelie van Uw Koninkrijk te verkondigen

en daarmee de zending voort te zetten van Uw Zoon.

U heeft hen geroepen om het zaad van het Koninkrijk wereldwijd te zaaien

en Uw Woord tot in alle uithoeken der aarde te verkondigen.

 

Zend Uw heilige Geest dan ook over ons,

beziel ons met geloof, hoop en liefde,

met geestdrift en hartstocht voor Uw Naam

en met zorg en aandacht voor mensen.

Geef dat wij op de weg van ons leven getuigen van Uw grote daden,

 - waar we ook staan, waar we ook gaan -

vandaag, morgen en alle dagen.

Amen

 

 

 

 

Doet U mee met de enquete over de preeksite van pastor Butti? (klik hier)

                           

 

Alles uit deze uitgave mag gepubliceerd of vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook, zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Pastor Butti. Voor vermenigvuldiging ter voorbereiding van, en openbaarmaking tijdens diezelfde zondagse eredienst, of ter voorbereiding van bijbelstudie(bijeenkomsten) is geen enkele toestemming nodig. Gods Woord is Gods Woord.

 

De illustraties bij deze preken zijn willekeurig ‘geplukt’ van het internet.

Daarbij is het ondoenlijk om auteurs te achterhalen en voor toestemming te benaderen

Mocht er in verband met auteursrecht bezwaar bestaan,

neem dan contact met mij op middels butti@kerkennet.nl

Bij voorbaat dank,

Joop Butti


 

 

Brood uit de Hemel

Relatieplanet

Regels en Geboden

De Aap met de gouden Ring

Lijden van de Liefde & Mensenzoon

Zaaien en Oogsten & Arme Rijken

In Ere hersteld & De ideale Schoonzoon

Offer van God

Kinderen van God & Alle Heiligen

Verlies en Rouw & Je Leven Geven

Regen van Zegen & Koning der Joden

Onder de Maat & Terugkijken

Ontsluiting & Eerlijk voor God

Verheugt U & Verwachting

Jarige Jezus & Kind in de Kribbe

Heilige Familie & Gods Heerlijkheid  

Driekoningen & Bruiloft van Kana

Kindermoord & Storm op het Meer

Geest des Heren & Gaven en Talenten

Vrij van Zonde & Maskers af!

Zalig de Armen & Aswoensdag

Gekruisigde Liefde & Pleased to meet you!

Transfiguratie & Vruchten aan de Boom

Liefde maakt Vrij & Die andere Geschiedenis

Voetwassing & Lijden en dood

Bron van Leven & 'Thank God I'm an atheist!'

Power On! & Vrede zij U!

Petrus & Co. & Feest in de Kerk

Bloed van het Lam & Saints and Sinners

Gedenken & Liefde en Vrede

Zijn laatste Wil & Hemelvaart

 

 

  In Memoriam

 

 Klik hier en steun de Stichting Dierenthuis!

 

 

 

Free counter and web stats